Een jaar na de invoering van de RIZIV-indicator voor arthroscopische meniscectomie bij patiënten ouder dan 50 jaar tekent zich een duidelijke evolutie af. Minder patiënten in deze leeftijdsgroep ondergaan nog een ingreep en het aandeel operaties daalt richting de opgelegde drempel van 45 %. Geen plotse trendbreuk, wel een versnelling van een daling die al eerder was ingezet. Dat blijkt uit een bericht dat het RIZIV vandaag publiceerde.
De indicator trad in werking op 17 april 2023. Een eerste evaluatie, een jaar na de invoering en gebaseerd op gegevens tot 2024, toont een duidelijke daling van zowel het aantal ingrepen als het aandeel bij 50-plussers. Zo daalde het totale aantal meniscectomieën van 22.364 in 2022 naar 15.519 in 2024, met een duidelijke versnelling vanaf 2023.
Voor de invoering gebeurde ongeveer 60 % van de meniscectomieën bij patiënten ouder dan 50 jaar. In deze groep gaat het doorgaans om degeneratieve letsels, waarbij een ingreep volgens de huidige inzichten geen duidelijke meerwaarde biedt ten opzichte van een conservatieve aanpak.
Sinds april 2023 geldt daarom een indicator die bepaalt dat per zorgverlener maximaal 45 % van de meniscectomieën bij 50-plussers mag worden aangerekend. Die drempel moet zorgverleners aanzetten hun indicatiestelling beter af te stemmen op evidence-based richtlijnen en zo ondoelmatige zorg te vermijden.
De eerste evaluatie toont dat het aandeel ingrepen bij 50-plussers intussen gedaald is tot net boven die drempel van 45 %. Concreet ging het aandeel van 57 % in 2022 naar 46 % in 2024, een daling met 11 procentpunten. Opvallend is dat daarmee voor het eerst meer meniscectomieën worden uitgevoerd bij patiënten jonger dan 50 jaar dan bij 50-plussers.
Geen verschuiving naar andere ingrepen
Volgens het RIZIV is er geen duidelijke verschuiving naar andere knie-ingrepen. De daling lijkt dus niet het gevolg van substitutie binnen het chirurgische aanbod, maar wijst eerder op een reële afname van het aantal ingrepen. Dat suggereert dat vaker wordt gekozen voor niet-chirurgische behandelingen, zoals kinesitherapie.
De opvolging gebeurt door de Dienst Geneeskundige Evaluatie en Controle (DGEC) van het RIZIV, die zich vooral richt op zorgverleners die afwijken van indicatoren van goede medische praktijk. Daarbij ligt de focus op orthopedisch chirurgen, maar ook huisartsen en radiologen bevinden zich in het vizier.
Bij de invoering werden alle betrokken zorgverleners geïnformeerd. In april 2023 ontvingen huisartsen en orthopedisch chirurgen een sensibiliseringsbrief. De indicator is gekoppeld aan evidence-based aanbevelingen, die stellen dat bij degeneratief knieletsel een conservatieve behandeling doorgaans geschikter is en minder risico’s inhoudt.
In oktober 2023 volgde individuele feedback voor orthopedisch chirurgen, met een overzicht van hun aanrekeningen en het aandeel bij 50-plussers, in vergelijking met de indicator en met collega’s. Die feedback moet zorgverleners helpen hun praktijkvoering waar nodig bij te sturen. Intussen stijgt ook het aandeel artsen dat onder de drempel blijft: van 23 % in 2022 naar 48 % in 2024.
Samenspel van factoren
In zijn bericht van vandaag benadrukt het RIZIV dat het om beschrijvende analyses gaat, zonder dat een rechtstreeks causaal verband met de indicator kan worden aangetoond. De positieve evolutie is waarschijnlijk het resultaat van meerdere factoren.
Naast de indicator spelen ook wetenschappelijke inzichten, inspanningen van beroepsverenigingen en betere patiënteninformatie een rol. Tegelijk groeit het draagvlak voor conservatieve behandelingen bij degeneratief knielijden. De daling tussen 2023 en 2024 blijkt bovendien statistisch significant.
Impact nog niet volledig duidelijk
Over de financiële impact bestaat voorlopig minder duidelijkheid, erkent het RIZIV. Minder operaties kunnen gepaard gaan met een toename van andere zorg, zoals kinesitherapie of medicatie. Het netto-effect op de uitgaven blijft daardoor moeilijk te becijferen.
De eerste resultaten wijzen op een duidelijke bijsturing van de praktijk: inder ingrepen en een aandeel bij 50-plussers dat naar de norm evolueert. De combinatie van normstelling, feedback en wetenschappelijke onderbouwing lijkt volgens het RIZIV effect te hebben. De komende jaren moet blijken of deze evolutie zich doorzet en wat de impact is op kwaliteit en kosten van zorg.









Laatste reacties
Bruno Vandekerckhove
23 april 2026Deze trend was al ingezet voordat het RIZIV richtlijnen uitbracht, dit onder invloed van richtlijnen vanuit Belgische en Europese wetenschappelijke verenigingen ( BKS en ESSKA). Het RIZIv moet niet alleen de pluimen op zijn hoed steken, en zeker niet de politici.